foto van landschap bovenaanzicht
Uitgangspunten bij plannen
Inspiratieboek klimaatadaptatie biodiversiteit Westfriesland Definitief+20dec

HET NATUURLIJK SYSTEEM ALS BASIS

WATER EN BODEM STUREND

Het Rijk heeft in 2022 met de beleidsbrief Water en Bodem Sturend duidelijk gemaakt dat water en bodem leidend moeten zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit betekent dat we niet langer moeten bouwen of ontwikkelen op plekken waar het waterbeheer al onder druk staat, maar dat we onze plannen aanpassen aan wat het natuurlijke systeem aankan. Ook voor de regio Westfriesland vraagt de doorvertaling van dit principe om een gebiedsgerichte aanpak, met aandacht voor bodemeigenschappen, waterpeilen en ecosysteemdiensten. In de praktijk betekent dit onder andere:

  • Bouwen op de juiste plek, rekening houdend met wateroverlast, overstromingsrisico’s en bodemdaling
  • Ruimte maken voor water in nieuwe én bestaande wijken
  • De bodem als bondgenoot zien: gezond, sponsachtig en veerkrachtig

DE ADAPTATIEPIRAMIDE ALS KOMPAS

Een van de tools die je in kunt zetten bij het kiezen van de juiste handelingsperspectieven is de recent ontwikkelde Adaptatiepiramide (zie figuur hiernaast). Deze piramide laat zien hoe je kunt werken aan een klimaatbestendig systeem door alle drie de lagen te benutten. De piramide bestaat uit drie niveaus. Van onder naar boven geldt: kijk eerst hoe je slim kan werken met het natuurlijk systeem. Water en bodem sturend is hierbij het uitgangspunt. Hoe meer je inzet op de onderste laag van de piramide, hoe sterker en veerkrachtiger het geheel wordt. Voeg vervolgens de technische oplossingen toe waar dat nodig is, bijvoorbeeld wanneer ruimte beperkt is. Als laatste zorg je dat je goed voorbereid bent op extreme situaties, zoals een extreme hittegolf of een overstroming. Met behulp van stresstesten kunnen deze extreme situaties worden weergegeven om vervolgens inwoners, bedrijven en hulpdiensten voor te bereiden op zulke situaties. Maatregelen in elke laag van de adaptatiepiramide hebben invloed op hoe klimaatbestendig je systeem is.

HOE GEBRUIK JE DE ADAPTATIEPIRAMIDE?

De Adaptatiepiramide kan worden gebruikt in workshops om klimaatdoelen scherper te formuleren. Het ondersteunt ook bij het voeren van risicodialogen (zie ook Handreiking Dialogen). Het gesprek over klimaatrisico’s in plannen of projecten vergroot het bewustzijn over hoe kwetsbaar je gebied is voor klimaatverandering op verschillende niveaus. Hiervoor moet worden afgewogen welke klimaatrisico’s acceptabel zijn en welke niet. Het inspiratieboek biedt met name inspiratie voor maatregelen die het natuurlijk systeem benutten of technisch zijn en geeft daarmee inspiratie voor invulling van de Adaptatiepiramide.

Nieuws3

BELEIDSKADERS

Er zijn op verschillende niveaus documenten die richting geven aan een klimaatbestendige inrichting van bestaan d of nieuw stedelijk gebied.

OMGEVINGSVISIES 

Elke gemeente ontwikkelt een eigen omgevingsvisie. De gemeentelijke omgevingsvisie geeft richting aan hoe een gemeente haar leefomgeving duurzaam en klimaatbestendig inricht. Klimaatadaptatie wordt hierin ruimtelijk verankerd door bijvoorbeeld waterberging, vergroening en hittebestrijding mee te nemen. Zo vormt de visie een basis voor concrete maatregelen in het omgevingsplan en gebiedsontwikkeling.

STRATEGIE KLIMAATADAPTATIE WESTFRIESLAND 2050

De zeven Westfriese gemeenten stelden in 2021 een gezamenlijke klimaatadaptatiestrategie vast. De ambities die hierin staan zijn door alle gemeenteraden in Westfriesland vastgelegd. Ambities voor bestaand stedelijk gebied die hierin zijn vastgelegd zijn onder andere dat Westfriesland actief meegroeit met de klimaatverandering. Dit betekend onder andere:

  • Dat heftige regenbuien van 60 mm in een uur niet tot schade zullen leiden. Volgens de huidige inzichten valt deze bui in 2050 gemiddeld eens in de 50 jaar. Voor nieuwbouw is dit 70 mm in een uur.
  • Meer schaduw en groen (plantsoenen, verticaal groen, groene daken) draagt bij aan het verkoelen van gebouwen en openbare ruimte.
  • In wordt gezet op het infiltreren en vasthouden van water om zo meer water beschikbaar te hebben voor tijden van droogte.

In 2026 worden de ambitie en strategie geactualiseerd, op basis van stresstesten en risicodialogen.

CONVENANT TOEKOMSTBESTEDIG BOUWEN EN DE LANDELIJKE MAATLAT

Alle zeven Westfriese gemeenten en diverse partijen uit de private sector ondertekenden het Convenant Toekomstbestendig Bouwen (gepubliceerd in oktober 2024). Dit convenant beschrijft richtlijnen voor klimaatadaptatie bij nieuwbouw. Hierin zijn expliciet de uitgangspunten, richtlijnen en normen van de Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving opgenomen. Het convenant helpt gemeenten en ontwikkelaars bij het klimaatbestendig ontwerpen en bouwen. Artikel 6,75 van de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland schijft het doen van een klimaatrisicoanalyse voor bij wijziging van het omgevingsplan. Het inspiratieboek helpt om in nieuwbouwgebieden invulling te geven aan een deel van de hierin beschreven normen en eisen.

LEIDRAAD INRICHTING OPENBARE RUIMTE (LIOR)

Dit inspiratieboek heeft ook een belangrijke relatie met de LIOR en lokaal groenbeleid waarover gemeenten beschikken. De LIOR geeft in de breedte richtlijnen voor ontwerp en realisatie bij alle herinrichtingen, renovaties en nieuwe ontwikkelingen. Het Groenbeleid richt zich op het versterken van groene ruimtes, met als doel het bevorderen van biodiversiteit en het verbeteren van de leefkwaliteit. De maatregelen in dit inspiratieboek kunnen dienen ter inspiratie voor het LIOR.

Scherm­afbeelding 2026 06 09 om 15.33.35

AFWEGINGSKADER

Het is belangrijk om goede afwegingen te maken om tot een juiste keuze van maatregelen te komen. Het stroomschema hiernaast en de checklistvragen hieronder vormen een afwegingskader dat helpt om tot maatregelen te komen die goed aansluiten bij het gebiedsgerichte vraagstuk:

1. Locatiekeuze:

  • Gebruik het natuurlijke bodem- en watersysteem als basis voor de locatiekeuze en het ontwerp. Bijvoorbeeld: ligt de wijk op een geschikte plek qua bodemhoogte en waterhuishouding, en zijn de natuurlijke afwateringsroutes behouden of versterkt?
  • Breng in beeld welke klimaatopgave(n) en/of biodiversiteitsopgave(n) er spelen. Draagt de locatiekeuze voor een maatregel daarmee bij aan het oplossen van deze opgave?
  • Zorg dat er vanaf het begin ruimte is gereserveerd voor groenblauwe structuren (waterberging, groen, koelteplekken). Denk aan open water, wadi’s, bomenrijen, groenzones of ecologische oevers als onderdeel van het stedenbouwkundig plan.

2. Ontwerp:

  • Zorg dat het ontwerp op de water- en groenstructuren in de bredere omgeving aansluit (wijk, gemeente, regio). Bijvoorbeeld: vormt het groen een schakel in een ecologische zone? Let op de adaptatiepiramide: zorg eerst voor natuurlijke oplossingen, en waar het niet anders kan (door bijv. ruimtegebrek), voor technische oplossingen.
  • Zorg dat wordt voldaan aan de uitgangspunten van het ‘convenant toekomstbestendige nieuwbouw’. Bijvoorbeeld: is er aandacht voor hittestress, droogte, wateroverlast en biodiversiteit in het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan?
  • Let in het ontwerp op ecologische kwaliteit van het groen, met gebruik van gebiedseigen soorten en gelaagde beplanting. En: is een ecoloog betrokken bij het ontwerp om biodiversiteit daadwerkelijk te versterken?
  • Zijn maatregelen genomen volgens het principe 'besparen – vasthouden – bergen – aanpassen – afvoeren’? Bijvoorbeeld: wordt regenwater lokaal hergebruikt of geïnfiltreerd voordat het wordt afgevoerd?

3. Participatie

  • Zorg dat bewoners, ondernemers en andere lokale partijen actief betrokken zijn bij het klimaatadaptief en biodivers inrichten van de wijk. Zijn er mogelijkheden voor participatie, bijvoorbeeld bij het beheer van groen of het aanleggen van groene tuinen?
PLANFASERING / PROJECTENPROCES
MEERWAARDE PER PLANFASE

Een project (gebiedsontwikkeling/nieuwbouw) doorloopt verschillende fases. De gemeente stelt zelf haar planfasering (ook wel planproces of projectenproces genoemd) vast, inclusief de vereiste werkzaamheden en op te leveren documenten per fase. Zo weet de initiatiefnemer, zowel ambtelijk als particulier, welke stappen moeten worden doorlopen om het initiatief tot een succesvolle uitvoering te brengen.

Dit inspiratieboek is van toegevoegde waarde tijdens meerdere projectfasen. In het figuur hieronder is de planfasering weergegeven die algemeen wordt toegepast bij gemeenten, inclusief een duiding van hoe het raadplegen van dit inspiratieboek waardevol is tijdens verschillende projectfasen.

KOPPELING AAN (DIGITALE) LIOR/HIOR VAN DE GEMEENTE

Om het gebruik van dit inspiratieboek te borgen, kan de gemeente ervoor kiezen om dit inspiratieboek te koppelen aan haar (digitale) leidraad/handboek inrichting openbare ruimte (LIOR/HIOR). Dit kan de gemeente bewerkstellingen door: Dit inspiratieboek op te nemen in het beleidshoofdstuk in de (digitale) LIOR/HIOR. Om dat te doen moet dit inspiratieboek wel worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Een inrichtingseis op te nemen in de (digitale) LIOR/HIOR waarin gebruik van dit inspiratieboek wordt voorgeschreven. Op deze manier kan de gemeente de initiatiefnemer verplichten om, in bepaalde projectfasen, dit inspiratieboek klimaatadaptatie te raadplegen. Ook kan de gemeente vragen om een onderbouwde afweging van de initiatiefnemer ten aanzien van toepassing van de maatregelen uit dit inspiratieboek in het project.

Oriëntatiefase 

Verkennen of het initiatief van waarde is voor de stad

Gebruik dit inspiratieboek in deze fase om: 

  • Een eerste verkenning te doen van aan welke thema’s (droogte, hittestress, wateroverlast, biodiversiteit) het initiatief kan bijdragen.

Initiatieffase 

Vaststellen kaders en ambities

Gebruik dit inspiratieboek in deze fase om: :

  • Ambities ten aanzien van de thema’s droogte, hittestress, wateroverlast en biodiversiteit vast te stellen;
  • Een indicatief budget op te nemen in de plankostenscan

Definitiefase

Inzicht in haalbaarheid en uitvoeren cruciale onderzoeken

Gebruik dit inspiratieboek in deze fase om:

  • Input op te doen voor de uitgangspuntennotitie;
  • Te onderzoeken welke maatregelen het beste passen bij het plan-/projectgebied, afhankelijk van welke uitdagingen zich daar voor doen;
  • Ruimte voor beoogde maatregelen op te nemen in het eerste schetsontwerp (SO) stedenbouwkundigplan;
  • De financiële haalbaarheid van het beoogde maatregelenpakket in te schatten, hierbij zijn niet alleen de investeringskosten maar ook de beheer- en onderhoudskosten belangrijk.

Ontwerpfase

Maken stedenbouwkundige ontwerpen

Gebruik dit inspiratieboek in deze fase om:

  • Definitieve keuzes te maken wat betreft toe te passen maatregelen (t.a.v. droogte, hittestress, wateroverlast en biodiversiteit) op basis van de ruimtelijke inpassing in het voorlopig ontwerp (VO) stedenbouwkundig plan en het SO inrichtingsplan;
  • Input op te doen voor het beeldkwaliteitsplan.

Voorbereidingsfase 

Voorbereiden stedelijke ontwikkeling

Gebruik dit inspiratieboek in deze fase om:

  • Te ondersteunen bij de definitieve ruimtelijke inpassing van beoogde maatregelen in het definitieve ontwerp (DO) inrichtingsplan en vervolgens de uitvoeringsontwerp (UO) tekeningen. Kijk hierbij vooral of aan benoemde aandachtspunten wordt voldaan, ook met betrekking tot de beheerfase.

Realisatiefase

Uitvoeren stedenbouwkundige ontwikkeling conform afspraken

Overnamefase 

Beheerfase

Nogmaals aandacht te besteden aan de aandachtspunten zoals deze in de voorbereidingsfase al zijn afgestemd. Door na de implementatie regelmatig de  aandachtspunten per  maatregel te herzien en  hierop af te stemmen,  zorg je voor langdurige effectiviteit. Denk hierbij ook aan het beheer van het geheel systeem, met name de invloed op de ondergrondse systemen. Gebruik hierbij monitoring.

Thema's

Door klimaatverandering nemen risico’s richting 2050 toe. Om deze risico’s te verminderen zetten we actief in op het meegroeien met klimaatverandering. We zetten hiervoor in op vier thema’s: wateroverlast, hitte, droogte en biodiversiteit. Onze ambitie heeft invloed op de inrichting van het gehele stedelijke gebied. Het vraagt voor bestaande inrichting en nieuwbouw reservering van ruimte en echt een andere prioritering bij de inrichting van de openbare ruimte. Hiervoor hebben we per thema de volgende doelen:

Wateroverlast

WATEROVERLAST 

  • Er mag geen schade optreden bij een heftige bui van 60 mm in één uur voor bestaande inrichting. Voor nieuwbouw is dit 70 mm in één uur.
  • We richten ons op een combinatie van grijze (riool, tijdelijke ondergrondse opslag) en groenblauwe (bomen, plantsoenen en oppervlaktewater) maatregelen, waarbij groenblauwe maatregelen de voorkeur hebben.
Hitte

Hitte

  • We lossen knelpunten op voor kwetsbare groepen in onze samenleving. Dit zijn met name jonge kinderen en ouderen.
  • We zetten in op integrale vergroening, zodat het comfortabel blijft op plekken die sneller opwarmen (zoals pleinen).
Droogte

Droogte

  • Ook Westfriesland krijgt te maken met droogte. We koppelen proactief af en voegen infiltratiemogelijkheden toe.
  • We zetten in op het infiltreren en vasthouden van water om meer water beschikbaar te hebben voor tijden van droogte.
Biodiversiteit

Biodiversiteit

  • We zetten ons in op het behoud en ontwikkelen van biodiversiteit in stedelijk gebied door groenblauwe en natuurinclusieve maatregelen te nemen.

Om deze doelen te bereiken richten we ons in dit boek op maatregelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel in de openbare ruimte voor bestaande inrichting en nieuwbouw. Daarnaast zijn op privaat terrein maatregelen nodig waarbij dit boek ook als inspiratie kan dienen, dat is echter niet de primaire focus van dit boek.

In dit inspiratieboek zijn deze vier thema’s gekoppeld aan de voorgestelde maatregelen. Elke maatregel heeft effect op een of meer van deze vier thema’s. Welke dit zijn vind je terug op de factsheets.